De Romaanse periode, die ongeveer duizend jaar aanhield, was gekenmerkt door een aanzienlijke verbetering in architectonische technieken en stijl. Het gebouwencomplex dat nu bekend staat als « Romeins Palace » speelt een belangrijke rol in de Romeinse bouwkunst en werd gebruikt voor verschillende doeleinden, van luxueuze woningen tot tempels en openbare gebouwen.
Overzicht en definitie
Het concept van de Romaanse paleizen is niet eenduidig bepaald, aangezien het kan variëren van een luxueus woonhuis met opvallende architectonische kenmerken tot een complex van meerdere gebouwen die samenwerken om een ruimtelijke entiteit te creëren. Echter, in de Romeinse Roman Palace context gaat « Romeins Palace » doorgaans over de voornaamste woning of het centrale gebouw dat als residentie en symbool van macht fungeerde.
Types en variaties
Er waren meerdere soorten Romaanse paleizen die werden gebruikt voor verschillende doeleinden. Deze kunnen worden onderscheiden op grond van hun architectonische kenmerken, ruimtelijke configuratie of de sociale status van de bewoner. Een paar typologisch verschillende vormen zijn:
1. Patriciaanse villa : Dit waren luxueuze woningen in het landelijk gebied, die werden gebruikt als residentie voor de rijkste Romeinse burgers en politici. De patricische villa was vaak omgeven door een mooi landschapsgenoeg en bevatte vooral openbare ruimten.
2. Keizerlijke paleis : Het keizerlijk paleis stond centraal in het keizershuiselijke domein, waarvan de belangrijkste residentie ook met name voor de dagelijkse werkzaamheden van de heerser diende. Deze gebouwen waren over het algemeen bekleed met marmer en versierd met opvallend moeite.
3. Tempelcomplex : Buiten de traditionele tempels die aan een god of een groepgoden gaven, konden ook paleizenfuncties hebben. Deze tempelpaleizen waren vaak omgeven door tuinen, parken en andere ruimten voor openbare evenementen.
4. Burgerlijke woning : Bij de Romeinse burgerlijk woonhuis is een vooraanzicht met duidelijke markante kenmerken zoals een ingangszone of binnentuin zelden aanwezig, waardoor de omgang ermee meestal onzichtbaar is.
De architectuur
Het gebouw van Romeinse paleizen bestond in veel gevallen uit verschillende afdelingen die samenwerkten als geheel. De verschillende onderdelen konden zijn:
- Porticus : Een gang met drie, vier of meer zuilen aan weerszijden.
- Thermen : Warme badkamers waar men kon wassen en baden.
In het bijzonder de openbare ruimtes van een patricische villa, zoals de atrium en peristylium, waren opvallend groot. De binnentuinen met fonteinen, tempels en andere kleine gebouwen werden meestal aan weerszijden van een lichte veranda gesitueerd.
Ook hadden Romaanse paleizen vaak een eigen waterbron of put. Omdat Romeinse steden doorgaans niet meer dan 1 kilometer ovaal waren, konden de bewoners uit het middenstadsgebied met behulp van zeer goede verkeersinfrastructuur relatief gemakkelijk hun paleizen bereiken.
De invloed van Romaanse bouwprincipes op huidige gebouwen
Romaanse paleizen vormden een aanzienlijk model voor de later ontstane architectonische stijlen die vooral in het Verenigd Koninkrijk werden toegepast, zoals de Gotiek en de Renaissance. Deze invloed werd onder meer bevestigd door de vele boekenbinderijen (ook wel boekwaliteitsgebouwen genoemd) die in deze landen waren ontstaan.
In de meeste Westerse steden waarbij het begrip « paleis » als verwantschap wordt toegepast zijn deze niet op dezelfde schaal gebouwd als bijvoorbeeld tijdens de Franse Revolutie en vóór 1945. In alle Europese landen behalve het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk en België is er voor een klein aantal residenties in deze stijl geen gegevens beschikbaar.
Het huidige Paleis van Versailles en andere paleizen zoals Buckingham Palace zijn dan ook niet als Romeins gebouwd te kwalificeren maar slechts met het oog op hun afmeting.

Commentaires récents